cecile jeekel

De robot vliegt naar de maan

De robot vliegt naar de maan is een verhaal van Cecile Jeekel, 5 jaar.

Cecile houdt van fietsen en steppen.


Ergens op de Aarde in 2068 woonde Astor, een jongen van tien. Hij vond dat het maar eens gedaan moest zijn met mensen die elkaar doden. Hij begon robots te maken die het liefst van al mensen opaten die andere mensen doodden.

Maar eens de robots alle moordenaars hadden opgegeten, aten ze eender wie. Dat had Astor niet voorzien.

Mensen waren bang. Ze vluchtten naar andere planeten.

Karel besliste hen achterna te vliegen. Hij ontvlamde het vuur op zijn beide schouders en schoot de lucht in. Eerst landde hij op de maan, omdat hij die het mooist vond. Hij vond er niets. Toen vloog hij naar Jupiter. Ook daar vond hij niets. Daarna landde hij op Saturnus. Daar vond hij een klein gaatje! Hij kroop in het gaatje en daalde af. Beneden vond hij drie appelsienen! Met zijn paarse tanden at hij ze heel snel op. Toen keerde hij terug naar de aarde. Hij vertelde over zijn reis aan zijn robotvriend Eddy.

'Tiens,' zei Eddy, 'dan is het toch waar dat er Uni's bestaan.'

'Uni's?' vroeg Karel, 'wat zijn dat nu weer?'

'Uni's zijn groene ronde beestjes. Ze hebben maar één oog en rode lippen. Hun voeten hebben de vorm van een ster. Ze wonen op Jupiter.'

'Dat kan niet! Ik heb daar niemand gezien!' zei Karel.

'Toch is het zo,' ging Eddy verder. 'En omdat ze zich zo vervelen, stelen ze appelsienen van de aarde en gooien die naar Jupiter. En van op Jupiter organiseren ze wedstrijden. Ze proberen die appelsienen om ter snelst in het gaatje te schieten waar jij bent geweest.'

'Hm, toch wel heel raar,' dacht Karel. Nog maar net had hij dat gezegd of hij voelde hoe Astor in hem kroop. De jongen was de laatste mens op aarde.

Vanaf die dag aten de robots alleen nog babyrobots. Daar konden ze altijd van bij maken!

Creative Commons, Naamsvermelding, Gelijk delen: Cecile Jeekel, An Mertens, De robot vliegt naar de maan, Boektegoed, Bibliotheek Sans Souci, Elsene, 16 mei 2009.